|
| Budapest |
Boedapest

HeldenpleinBoedapest (Hongaars: Budapest) is de hoofdstad van Hongarije. De stad
is gelegen aan weerszijden van de Donau (Hongaars: Duna) en telt ruim 1,8
miljoen inwoners. De stad bestaat uit twee delen: Boeda (met Óbuda, op de
rechteroever van de Donau) en Pest (op de linkeroever), die in 1873 werden
verenigd. De stad herbergt bijna 20% van alle inwoners van Hongarije en speelt
in dat land een dominante rol op bijna alle gebieden (bestuur, handel,
industrie, verkeer, cultuur). Het is daarnaast het belangrijkste
verkeersknooppunt en (in toenemende mate) het culturele hart van Centraal-Europa.
Geschiedenis
Jaar Bevolkingsaantal,
1800 54.200,
1830 102.700,
1850 178.000,
1880 370.800,
1890 491.900,
1900 733.400,
1925 957.800,
1980 2.059.300,
1990 2.016.700,
2005 1.695.000,
Beide oevers van de Donau werden al door de Romeinen bewoond: op de plaats van
het huidige stadsdeel Óbuda lag Aquincum, en op de plaats van Pest het kleinere
Contra-Aquincum. De Hongaren verschenen pas eeuwen later, tegen het jaar 900.
Boeda, dat strategisch op een heuvel ligt, kreeg in 1247 een kasteel en werd in
1361 de hoofdstad van het koninkrijk Hongarije. Onder koning Matthias Corvinus
maakten Hongarije en Boeda een bloeitijd door.
Daaraan kwam een eind met de verovering door de Turken, die het Hongaarse
koninkrijk in 1526 een vernietigende slag toebrachten en de vesting Boeda in
1541 innamen. De stad was vanaf 1686 in Oostenrijkse handen. In 1787 komt
Hongarije onder Habsburgs bewind, dat tot 1918 aan de macht blijft, zij het dat
vanaf 1867 Oostenrijk en Hongarije gelijkwaardige partners zijn binnen
Oostenrijk-Hongarije. In deze periode maakt met name Pest een enorme groei door.
De bevolking bedroeg rond 1900 730.000 zielen.
De twintigste eeuw bracht nieuwe stadsuitbreidingen (Újpest, Kispest, Angyalföld),
maar vooral dramatische gebeurtenissen als de deportatie en vernietiging van
grote delen van de omvangrijke joodse gemeenschap (in zeer korte tijd, pas in
1944 werd de stad door de nazi's bezet), de bevrijding (maar feitelijk nieuwe
bezetting) door de Sovjet-Unie en het neerslaan van de Hongaarse Opstand in 1956
door diezelfde Sovjet-Unie. Deze gebeurtenissen hebben alle hun sporen in het
stadsbeeld nagelaten.
Sinds in 1989 in Boedapest de Republiek Hongarije werd uitgeroepen, is de stad
het decor van ingrijpende hervormingen. De terugkeer van de markteconomie heeft
het stadsbeeld zeer verlevendigd. De bevolking van de stad is in deze periode
verder afgenomen (het hoogtepunt ligt in dit opzicht aan het begin van de jaren
'80).
Stadsbeeld
Bron: Europese Commissie,
De kettingbrug, de oudste brug van Boedapest (bron: Europese Commissie)Boeda is
gelegen op de heuvelachtige rechteroever van de Donau (links op de kaart). Twee
van die heuvels domineren: de Burchtheuvel (Várhegy) en de Gellértberg. Op de
Burchtheuvel staan de voornaamste monumenten van Boeda: de Burcht, de
Matthiaskerk (Mátyástemplom) en het Vissersbastion (Halászbástya). De heuvel is
ommuurd: de 18de-eeuwse Burchtwijk binnen de omwalling is goed bewaard gebleven
(alleen het zuidelijke deel leed zware oorlogsschade). Het uitzicht over de
Donau met haar bruggen en Pest is veelbezongen. Zoals de meeste attracties van
Boedapest zijn de grote toeristentrekkers minder oud dan ze lijken: zowel de
Matthiaskerk in zijn huidige vorm als het Vissersbastion zijn negentiende-eeuws.

Het beeld van Pest wordt eveneens beheerst door gebouwen en objecten van rond of
vlak voor de vorige eeuwwisseling. Dat geldt voor het centrum (vijfde district)
direct tegenover de Burchtheuvel, dat het winkel- en zakencentrum van heel
Boedapest is, voor het imponerende Parlementsgebouw even ten noorden daarvan,
voor de Grote Rondweg met zijn winkels en hotels, voor de Andrássy út (de
boulevard die deze Rondweg kruist), voor het Heldenplein (Hősök tere) aan het
eind daarvan met zijn Millenniummomument en voor het Stadspark daar weer achter.
Het geldt ook voor de metro die onder de Andrássy út, het Heldenplein en het
Stadspark doorloopt en die in 1896 de eerste was op het Europese vasteland, en
voor de levendige stations van Pest, Oost (Keleti) en vooral West (Nyugati, van
de hand van Gustave Eiffel).
Boeda en Pest worden verbonden door een (recentere) metrolijn, maar veel
zichtbaarder zijn natuurlijk de vele bruggen over de Donau, waarvan de
Kettingbrug (of Lánchíd), de oudste en de Vrijheidsbrug (Szabadsághíd) de
monumentaalste zijn. Een andere brug, de Margitbrug, geeft toegang tot het
Margiteiland, een parkeiland in de rivier.
Verdere attracties van Boedapest zijn de vele badhuizen, waarvan sommige
teruggaan tot de Turkse tijd, de gerestaureerde markthal, en de beroemde
koffiehuizen, die de band met Wenen onderstrepen. Daarnaast wordt elk jaar half
augustus het Sziget festival op het Óbuda-eiland georganiseerd.

Bekende inwoners van Boedapest
Geboren in Boedapest
Ignaz Semmelweis (1 juli 1818), arts,
Maria Hendrika van Oostenrijk (23 augustus 1836), koningin van België,
Isidor Gunsberg (2 november 1854), Hongaars-Brits schaker,
Theodor Herzl (2 mei 1860), journalist, stichter van het moderne zionisme,
István Tisza (22 april 1861), premier van Hongarije,
Marie-Valerie van Oostenrijk (22 april 1868), aartshertogin van Oostenrijk,
Alfréd Hajós (1 februari 1875), zwemmer, atleet, voetballer en architect,
Mihály Károlyi (4 maart 1875), premier en president van Hongarije,
Pál Teleki (1 november 1879), geograaf en politicus,
Árpád Szakasits (6 december 1888), president van Hongarije,
Michael Polanyi (11 maart 1891), Hongaars-Brits wetenschapper,
Albert Szent-Györgyi (16 september 1893), arts en Nobelprijswinnaar,
Gyula Breyer (3 april 1894), schaker (overleden 1921),
István Dobi (31 december 1898), President van de Presidentiële Raad van
Hongarije,
Hans Swarowsky (16 september 1899), dirigent,
John von Neumann (28 december 1903), Hongaars-Amerikaans wiskundige,
Miklós Rózsa (18 april 1907), Hongaars-Amerikaans componist en dirigent,
Edward Teller (15 januari 1908), Hongaars-Amerikaans natuurkundige,
Eva Besnyö (29 april 1910), Hongaars-Nederlands fotografe (overleden 2003),
Georg Solti (21 oktober 1912), dirigent en pianist,
Paul Erdös (26 maart 1913), wiskundige,
Zsa Zsa Gábor (6 februari 1917), Hongaars-Amerikaans actrice,
Árpád Göncz (10 februari 1922), president van Hongarije,
Iván Patachich (3 juni 1922), componist,
Ferenc Puskás (2 april 1927), voetballer,
Ladislao Kubala (10 juni 1927), voetballer,
Frigyes Hidas (25 mei 1928), componist,
Kamilló Lendvay (28 december 1928), componist, dirigent en hoogleraar,
Zoltán Czibor (23 augustus 1929), voetballer,
Sándor Kocsis (21 september 1929), voetballer (overleden 1979),
Imre Kertész (9 november 1929), schrijver en Nobelprijswinnaar,
Gyula Horn (7 juli 1932), premier van Hongarije,
László Bitó (7 september 1934), physioloog en schrijver,
László Kovács (3 juli 1939), Europees commissaris voor douane en fiscale zaken
Péter Erdö (25 juni 1952), kardinaal-aartsbisschop van Esztergom-Boedapest,
Emese Hunyady (4 maart 1966), schaatsster,
Tamás Darnyi (3 juni 1967), zwemmer,
Károly Güttler (15 juni 1968), zwemmer,
Krisztina Egerszegi (16 augustus 1974), zwemster,
Tamas Kasas (20 juli 1976), waterpolospeler,
Judit Polgár (23 juli 1976), schaakster,
Laszlo Bodrogi (11 december 1976), wielrenner,
Melinda Czink (22 oktober 1982), tennisster,
László Cseh (3 december 1985), zwemmer,
Beatrix Boulsevicz (15 februari 1987), zwemster,
Dániel Gyurta (4 mei 1989), zwemmer,
Elders geboren
Gustav Mahler (Kaliste 7 juli 1860), componist en dirigent,
Béla Bartók (Nagyszentmiklós 25 maart 1881), componist en pianist,
Zoltán Kodály (Kecskemét 16 december 1882), componist,
Otto Klemperer (Breslau 14 mei 1885), dirigent en componist,
Victor Vasarely (Pécs 9 april 1908), kunstenaar,
Raoul Wallenberg (Kapptsa 4 augustus 1912), Zweeds diplomaat,
György Kurtág (Lugoj 19 februari 1926), componist,
|
|
|